Oudelullendag

Moet ik eigenlijk niet werken? Wanneer ik de lege Kliko van de straat haal kijkt
iedereen naar mij. Oef, wat voel ik me een spijbelaar. Eerst maar eens een grote kop
koffie. Wat zal ik vandaag gaan doen? Wel iets leuks, anders is het ook zo jammer
van m’n vrije dag. Beer heeft juist vandaag de verwarmingsmonteur voor de
onderhoudsbeurt besteld. “Je hebt toch niks te doen? Toch…? Of had je wat willen
doen dan?… Anders bel ik hem toch gewoon af!” Nee, laat maar. Uitstellen is ook
zo’n ding. Je kunt de dag dan beter nuttig invullen. Maar met wat? Ja-poepie :
opruimen zeker? Nou, als er iets zonde van de tijd is…! Als ik nu lekker buiten ga
zitten, hoor ik de deurbel niet. En trouwens, wat moet ik buiten doen? Zegeltjes
plakken, lezen, recepten zoeken voor vanavond…
Ik kan de verleiding om even naar het werk te surfen niet weerstaan. Ik klik door alle
gezellige conversatie van mijn collega’s, door de agenda, langs agenda’s van
vergaderingen waar ik niet bij ben. Er worden nooit besluiten genomen, nooit
veranderingen doorgevoerd, dus waarom zouden ze dat vandaag dan wel doen?
Misschien juist vandaag! Misschien ben ik wel de remmende factor en gaat alles veel
vlotter als ik er niet ben? Dus maar goed dat ik hier thuis zit.
Als ik nou eens het stoepje voor het huis ga vegen? Ben ik én lekker buiten, én ik
doe iets nuttigs, én ik kan de monteur zien aankomen. Het zonnetje schijnt de straat
in. Maar ojee, ben ik een absurdistische film terechtgekomen? Overal, maar dan ook
overal, zie ik oude van dagen lopen. Gearmd met partner, met kleinkind in een
wandelwagen of met een rollator. Opeens komen ze overal vandaan. Zij: “ Loop eens
door, man!” Hij: “Loop jij maar door, ik doe lekker op m’n gemakje!” Ja, jij hebt toch de
tijd aan jezelf. Nou niet helemaal , want op die leeftijd heb je toch altijd een beetje
haast. Dat heb ik nu al op m’n ouwe lullendag.
Naast mij komt een ZZP-er de ramen van de buren zemen. Hij is iets voorbij de
vijfenvijftig schat ik. We groeten elkaar begrijpend: “mooi weertje nog voor deze tijd!”
Wij zijn tenminste lekker aan het werk. Ik de stoep en hij de ramen. Ik zal maar niet
vragen of hij zin heeft in een kopje koffie. Hij is druk, hij denkt vast niet aan minderen.
Hij wil juist meerderen. Sparen voor een nieuwe caravan of een vakantie naar Ibiza met kinderen en kleinkinderen. Opa en kleinzoon in het zwembad van het all-inclusive hotel.
Het is half een. De verwarmingsmonteur is nog steeds niet geweest. Mijn collega’s
op het werk zijn nu aan het lunchen en vertellen morgen vast dat ze zo hebben
gelachen. “Je had er echt bij moeten zijn!”… ‘Nou vooruit Toos, snel gaan genieten’,
spreek ik mezelf streng toe. Want anders had ik net zo goed kunnen gaan werken.