Curlingmoeder

Het is vast van alle tijden dat ouders hun uiterste best doen om voor hun kinderen van alles te regelen. Dan kunnen ze lekker genieten van hun jeugd, later krijgen ze nog stress genoeg. Of ouders willen ervoor zorgen dat hun kinderen geen kansen mislopen, zoals ze zelf wellicht kansen hebben gemist (of hebben laten liggen!) omdat ze nét niet dat zetje hebben gekregen en nét niet die helpende hand om uiteindelijk op de volgende tree van de maatschappelijke ladder te komen. Er zijn ook ouders die vooral hun kind voor van alles en nog wat willen beschermen, want hun tere zieltje zou allerlei ellende niet kunnen verdragen en de gedachte alleen al zou een trauma opleveren. “Nee hoor, ik waarschuw mijn kinderen niet voor kinderlokkers, daar worden ze maar bang van” Hou ze vooral naïef! Ten slotte heb je nog de prinsjes en prinsesjes wiens ouders menen dat hun kinderen recht hebben op geluk. Dus als je een keer pech hebt, dan moet je je gelukt opeisen, al kost het je je goede reputatie. “Onze Chelsey rijdt nu al voor de tweede keer deze maand op die bokkige pony, terwijl ze nog geen één keer op Silver Star heeft gemogen, dat vindt u zelf toch ook niet eerlijk?”
Mijn omgeving denkt dat ik het heb uitgevonden, maar de term curlingouder is bedacht door de Deense psycholoog Bent Hougaard, doelend op ouders die overmatig beschermend zijn en alle obstakels voor hun kind willen wegnemen. Daartegenover staan de ouders die vinden dat kinderen hun neus moeten stoten anders leren ze niks en komen ze zichzelf tegen in de grote-mensen-maatschappij, én de ouders die er prat op gaan dat hun liefdevolle verwaarlozing evenwichtige en zelfstandige kinderen voortbrengt.
Curlingouders passen precies in het huidige tijdsbeeld, waarin gedacht wordt dat het leven maakbaar is. De meer spirituele medemens zal beweren dat er uiteindelijk altijd wel iets goeds op je pad komt, die gelooft in een happy ending. Wat dat betreft ben ik wat fatalistischer; ik denk namelijk dat pech overal op de loer ligt. En wat is er dan fijner dan dat er iemand je een helpende hand biedt? Zoals de goede fee uit Assepoester, die te hulp schoot op het moment dat alles hopeloos leek.
Maar is het zo dat mensen die als kind overal mee geholpen zijn, nooit zelfstandig zijn geworden? Dat ze niet weten hoe ze zichzelf uit de modder moeten te trekken? Heeft het bemoederen desastreuze gevolgen gehad voor hun latere leven? Geen idee! Maar wat ik wel weet is dat in de grote boze wereld mensen elkaar echt wel helpen. Hoor ik mijn collega zeggen: “Tja, dan moet je op de blaren zitten…”, als ik m’n pen en de notulen vergeet mee te nemen naar de stafvergadering, waar ik ook nog eens te laat binnenkom? Nee natuurlijk niet! Van links krijg ik dan snel een pen aangereikt en mag ik met de buurman rechts meekijken op zijn blaadje (mits ik een paar keer ‘sorry-sorry-sorry’ mompel).
Eens: van fouten maken leer je, zoals je er van leert als je een ei probeert te koken in de magnetron. Maar van pech wordt je cynisch en inert. Je durft geen stap buiten de gebaande paden te zetten want op een vangnet als het misgaat hoef je niet te rekenen. Tegenspoed, teleurstelling en verslagenheid horen bij het leven, maar kan het echt zo veel kwaad als je je kind laat weten dat je intens meeleeft en altijd bereid bent te helpen zoeken naar een oplossing?
Niet voor niets propageert dokter Sophy, de beroemdste kinderpsychiater van Amerika, ‘Side by Side’. Vraag liever: ‘wat heb je van mij als ouder nodig om je doel te bereiken?’ in plaats van: ‘Je moet beter naar mij luisteren’ of ‘Zoek het uit!’ De enigen die hun succes te danken hebben aan te weinig aandacht in hun jeugd zijn kunstenaars en criminelen. Ik betwijfel het of het wetenschappelijk is aangetoond dat kinderen die alles alleen hebben moeten doen het verder schoppen dan kinderen die over het paard getild zijn.
Onze eigen Hollandse Annette Heffels, psychologe en columniste, is ook een rasechte curlingmoeder, streng doch rechtvaardig voor haar patiënten, maar waar het om haar kinderen gaat, wil ze het geluk graag een duwtje in de goede richting geven. Van het maken van hele schoolwerkstukken voor dochterlief tot het pamperen van haar bijna afgestudeerde zoon voor een belangrijk tentamen. Om er voor te zorgen dat ook andere ouders hun kinderen op de juiste manier helpen met hun schoolcarrière citeert Annette uitgebreid Anna Williamson, schrijfster van het boek ‘Breaking Mum and Dad’ over stress bij ouders van scholieren. Hier volgen een aantal geboden: reageer niet te bezorgd, want het kind ziet dit als ‘geen vertrouwen in hem hebben’. Maar doe ook niet te laconiek of bagatelliseer zijn situatie niet, dan heeft hij óf het idee dat het allemaal niet belangrijk is óf dat het jou niets kan schelen, kortom: desinteresse. Opgeruimd roepen: “Komt goed!” is uit den boze (en trouwens nergens op gebaseerd, want je kind kan ook pech hebben en dan komt het dus helemaal niet automatisch goed; waar sta je dan met je mooie praatjes?). Geef geen commentaar of advies, maar ga in op een concrete hulpvraag. Als kinderen geen hulp willen, spreek dan je waardering uit voor hun geploeter en bied ze iets lekkers aan. Zeg niet: “Als je je best maar doet!”, maar: “Ik weet dat je je best doet!” deze kleine nuance schijnt bij een kind het verschil te kunnen maken tussen: ‘laat maar zitten’ en ‘vanaf nu een tandje harder’. Je moet ook vooral geen telefoons innemen of huisarrest instellen, maar dat zou ik als de aller-liefste-moeder-van-de-wereld uiteraard never doen.
Ziekmelden zodat er nog even langer voor een proefwerk geleerd kan worden, rijden als het regent, vergeten gymspullen nabrengen, frans boekje samenvatten, helpen met verslagen om precies 2 voor twaalf (ik overdrijf het was 3 voor twaalf) de deadline voor inleveren te halen want daarna verdween de uploadbutton op de site, plaatjes downloaden voor een spreekbeurt, bronnen zoeken voor een essay… ik geef het toe, ik heb het allemaal voor mijn bloedjes gedaan. En worden het nu slampampers? Zonder incasseringsvermogen, verstoken van enige vorm van zelfredzaamheid, eigenschappen die ze in het ‘echte’ leven zo hard nodig hebben?
Ik ga er vanuit dat het ook van alle tijden is dat kinderen uiteindelijk hun ouders de schuld geven van alles wat er in hun volwassen leven mis gaat. Maar die zogenaamde millennials, zelfingenomen en met hun te hoge verwachtingen van de huidige faciliterende technische mogelijkheden, die wij gecreëerd zouden hebben blijken gelukkig niet te bestaan. Generatie Y onderscheidt zich misschien wel van de onze op een positieve manier: door hun idealisme en hun flexibiliteit. Nou daar kunnen we alleen maar trots op zijn, wij curlingmoeders. Benieuwd hoe het generatie Z zal vergaan. Die hebben dan zeker weer last van overactieve curlingoma’s!