Afgewezen

Kinderleed doet een moederhart pijn, veel pijn. Hoe oud je kinderen ook zijn. Het drukt als een baksteen op je maag. Waar blijf je met je opbeurende motto: “Als je écht iets wil, dan lukt het ook!” Hoe vaak heb je ze niet verteld dat ze zulke mooie lieve knappe kinderen waren als ze maar even twijfelden aan zichzelf? Maar wat als jij de enige was die dat vond?
Wat kun je doen als je kind niet wordt gekozen, uitgenodigd of gevraagd? Je wilt de betreffende eikels vertellen hoe fout ze zitten. Wat denken ze wel niet? Who the {PEEP} vinden ze dan toevallig beter? Verhaal halen, dat wil je. Kom niet aan mijn bloedjes!
“Wat een sukkels zeg! Ze weten niet wat ze missen.” zeg ik troostend, of: “Jammer, maar je hebt het tenminste geprobeerd!” ‘ Hoewel’, denk ik ondertussen stiekem, ‘als ze nou toevallig een grotere bek hadden gehad…?’
Maar corrigeer: denk ik soms dat luidruchtige kinderen die overal waar ze maar komen, opscheppend over kwaliteiten waarover ze helemaal niet beschikken, meer kans maken? Mijn kinderen zijn oprecht en dus wat bescheiden; dat zijn toch eigenschappen waar je gewoon trots op moet zijn!
Toen ik jong was werd mij op het hart gedrukt om maar vooral met je neus vooraan te gaan staan, te netwerken en zo veel mogelijk ‘mensen te leren kennen’. En heb dat altijd onzin gevonden, als in: verspilde moeite? Uiteindelijk heb ik mijn baan, mijn vrienden, mijn sociale leven niet vanwege netwerken bereikt; maar ben ik daar niet in m’n eentje achteraan gegaan? Op de afdeling waar ik nu werk ben ik zelfs letterlijk naar binnengelopen en ik ben er gewoon gebleven.
In míjn studententijd was dé domper op de hele feestvreugde: keer op keer afgewezen worden door zogenaamde ‘leuke meiden’ en ‘populaire jongens’. Op clubavonden en feestjes deden ze ronduit onaardig of werd je openlijk genegeerd. Er heeft zelfs een keer iemand tegen mij gezegd: ”Jeetje, wat ben jij lelijk!” Oké, het was een dronken corpsbal, maar toch. Hoe ik me ook voornam om me niet te laten intimideren, de confrontaties waren iedere keer shocking. Nu, zoveel jaar later, op de reünistendag van de studentenvereniging is er geen meer van de van afschuw verwrongen gezichten te bekennen. De eveneens 50-plussers lijken niet alleen gekrompen, maar ook gesmolten, verzacht. Vriendelijk, belangstellend. Had daar nou echt 25 jaar overheen moeten gaan? Wat was er toen mis met mij en wat maakt mij nu dan wel oké?
Je kunt je nog zo voornemen om niet afgewezen te worden, maar het overkomt je, of het overkomt je plotseling niet. Niet meer…