Dag Sinterklaasje

Met Johan, onze klusjesman, zit ik ’s ochtends aan de keukentafel. Hij schudt zijn hoofd. Normaliter zou hij al van zijn pensioen aan het genieten zijn, ware het niet dat er nog veel extra inkomsten nodig zijn. December is op zich al een dure maand. Al roerend in zijn koffie ageert hij tegen de ophef rond Zwarte Piet, die zelfs het voetbalveld heeft bereikt. “Dat komt alleen maar door dat zwarte-pieten-verhaal, dat ze nu vanaf de tribune bepaalde spelers uitschelden; anders was het niet gebeurd!” Dat er al tijden lang te pas en te onpas met bananen naar voetbalspelers wordt gegooid, wuift hij naar het verleden. “Vorige week zijn er tijdens de Sinterklaasintocht mensen opgepakt omdat ze zwart geschminkt waren!” roept hij verontwaardigd. Bleek dat je alleen met zwarte vegen op je wang had mogen verschijnen. “Ze hebben ’t voor elkaar hoor! Mijn buurman is er mee opgehouden. Heeft jarenlang voor Zwarte Piet gespeeld. Maar nu hij alleen maar Roetveegpiet mag zijn, hoeft t niet meer voor hem.” Het leuke ook van Zwarte Piet-spelen is natuurlijk dat je niet herkend wordt met een zwart gezicht en in die rol is het goed dollen met iedereen en lekker gek doen, want ze weten toch niet wie je bent! “Nee, voor hem is de lol eraf”. Ik moest er opeens aan denken dat in het Zwartepietenspel, een kaartspel uit de jaren ’60, de zwarte piet ook een jongetje was, die vol roet zat en een schoorsteenpijn schoonmaakte. Johan is als stadsschoffie opgegroeid in een echte volksbuurt, waar ze het verre van breed hadden. Zijn ouders waren op een geven moment gescheiden. “Maar toen mijn vader nog thuis was, had hij een Sinterklaas geregeld. Wij, m’n zussen, m’n broertje en ik, zaten allemaal vol verwachting op de bank. We hadden al meer dan twintig liedjes gezongen en de Sint was nog niet in aantocht. Toen had nog niet iedereen een telefoon en wij ook niet. Er was wel een telefooncel aan het eind van de straat. Daar ging mijn vader naar toe om te bellen waar Sinterklaas toch bleef. De Sint had natuurlijk flink lopen drinken en was overal blijven hangen waar hij een glaasje kreeg. Even later komt m’n vader opgetogen binnen. Ik weet niet wat hij tegen hem gezegd heeft, maar binnen een kwartier stonden Sinterklaas en Pieterbaas voor de deur. Veel kan ik me van het bezoekje niet meer herinneren, alleen weet ik wel dat het de laatste keer was geweest dat hij kwam, want toen mijn vader de Sint na afloop wilde betalen voor z’n komst, wat dacht je wat?… Had ie in die telefooncel – want daar moesten van die muntjes in het toestel – jawel!: z’n zijn volle december-portemonnee laten liggen… Dat zal ik nooit vergeten!” Johan blijft even stil en ik ook. De jaren daarna is de Sint niet meer bij Johan thuis gevraagd tot groot verdriet van het jongste broertje. Zus Joke bedacht dat ze dan zichzelf maar zwart zou maken, met een muts en een zak pepernoten en zodoende het broertje zou verrassen. Maar toen ze de huiskamer binnenstapte gilde het jochie meteen: “Hé da’s Joke! Joke is verkleed als Zwarte Piet!” Je kunt je het vervolg wel voorstellen: een huilende Joke op haar bed, de dikke zwarte tranen op haar kussensloop vallen.

Natuurlijk was ik vroeger ook altijd vol verwachting op Sinterklaasavond. Maar de spanning werd nog eens opgevoerd doordat er altijd wel weer een kind ging huilen of een ouder kwaad werd omdat het feest niet zo gevierd werd als het zou moeten. Wanneer de hond een chocolade Pietje bemachtigd had en al kwijlend op het zilverpapier kauwde terwijl moeder tevergeefs de restjes uit z’n bek probeerde te halen, want chocola is heel slecht voor honden. Als het pootje van het zo juist-gekregen cowboypaard afbrak en je zus er van je vader van langs kreeg; als de oudste de mooiste cadeaus kreeg omdat ze zo’n uitgesproken smaak had en jij maar enkele dingen van je verlanglijstje omdat de meeste dingen die je er opgezet had, niet realistisch bleken te zijn, of gewoon te ordinair.

Tegen de tijd dat onze kinderen te oud waren voor het ouderwetse schoentje zetten, gingen we surprises maken en de nodige loodjes trekken. Het trekken ging uiteraard niet altijd even eerlijk. Loodjes terugleggen mag als je jezelf getrokken hebt óf als je dezelfde persoon hebt als vorig jaar. Maar natuurlijk leg je ook wel eens stiekem terug als je iemand hebt getrokken waarvoor je bij God niet weet wat je daarvoor zou moeten maken. Daarna volgen het maken van de surprise, de cadeaus kopen en het gedicht schrijven, wat de stress in diverse huishoudens tot het kookpunt doet oplopen. Op pakjesavond rennen mensen van hot naar her met cadeautjes, knutselspullen en rollen sinterklaaspapier, winkel in winkel uit om nog op tijd hun surprise af te krijgen. De ambities blijken meestal hoger dan de knutselcapaciteit toelaat en alle printers van Nederland lijken collectief dienst te weigeren op Sinterklaasavond.

Op de lagere school, kreeg ik steevast een lelijkere surprise dan die ik zelf gemaakt had. Maar de surprises die ik later kreeg van de vrienden waarmee we het vierden daarentegen waren boven verwachting! Ook de gedichten gaven blijk van oprechte genegenheid. Iedereen ging tenslotte met een waar kunststukje naar huis. Toen onze kinderen drukke uithuizige studenten werden kwam er een eind aan deze traditie en hiermee dus ook aan de surprise-stress. De jongvolwassenen willen nog wel graag hun schoen zetten en de Sint is zeker de beroerdste niet. Sterker nog, ik vond Sinterklaas (op onze lieve Heer na) altijd de meest integere man die er bestond. Je kon hem nooit betrappen op een sneer of geniepig gedrag. De naïviteit van een oprecht persoon straalde van hem af. Oh wat hoopte ik dat ik ooit mee genomen zou worden in de zak naar Spanje en bij Sinterklaas zou mogen wonen. Daarom maak ik op 6 december altijd deze grap tegen mijn minst geliefde collega: “He, wat doe jij hier? Zat jij niet in Spanje?”.

Tegenwoordig klopt mijn hartje niet meer zo snel voor het Sinterklaasfeest en alles wat er bij komt kijken. Ik laat het lekker aan me voorbij gaan totdat de Sint weer geruisloos het land heeft verlaten, zoals elk jaar.