HERFST

“Nou, met deze aandoening kun je honderd worden”, zei de dokter. Ik kijk hem
verbaasd aan: “Maar misschien is het toch iets anders, iets wat nog niet ontdekt is,
zoals kanker of zo?” Zijn ogen strak op het computerscherm gericht: “Nee, dat kan
niet, jij hebt nu dit en dan heb je dus niet iets anders.” “Ook niet ernaast?” probeer ik
nog. Hij blijft overtuigd van zijn inzicht in medische zaken.
Een deur verder, aan het einde van de afdeling, is de oncologische poli. Voorbij de
rode klapdeur. Wij, de patiënten in de wachtruimte vóór de rode deur, kijken elkaar
altijd veelbetekenend aan als er een patiënt binnen komt die vervolgens niet
plaatsneemt op een van onze bankjes, maar stoïcijns doorloopt naar afdeling achter
de rode deur met het K-woord erboven. Zelfs een astmapatiënt in een
gemotoriseerde rolstoel met twee zuurstofflessen op de achterbank naast mij, slaakte
ooit bij zo’n gelegenheid een diepe zucht. ‘Wij zitten aan de goede kant!’
Hoe onzinnig de redenatie van de arts ook is, ik hou er wel aan vast. Op naar de
honderd. Lekker blijven geloven in onzin. Dus daarmee ben ik dan in het 3e kwartaal
van mijn leven gekomen. Het begon met een wel erg frisse lente, dan van 25 tot 50
jaar de broeierige zomer en nu dan de herfst. Niet echt verkeerd. Eindelijk ben je niet
meer overal te jong voor, maar de hitte van het drukke bestaan is ook verdwenen en
je hoeft niet meer op de top van je kunnen elke dag te stralen. De kleuren van het
leven zijn minder schreeuwerig, zachter. Erg koud is het nog niet, een lauw zonnetje
verwarmt je gezicht. Je mag een dekentje om. Het onrustig kennis vergaren en
voldoende ervaring op doen om je staande te kunnen houden in een onzekere
toekomst is geen bron van stress meer. Je hebt er een voorraadje van aangelegd
waar je nog eindeloos uit kunt putten. Ander voordeel: net als toen je klein was,
mogen er nu weer vaker dingen mislukken, zoals hobby’s waar je na een blauwe
maandag mee stopt, miskopen, gerechten maken die niemand lekker vindt…”Dan
eet je maar niet”.
Als de tijd tussen 75 en 100 jaar de winter moet voorstellen, zie ik daar toch wel
tegen op. Kou, binnen zitten, saai, vroeg donker enz. Maar tegen die tijd ben je
misschien wel blij dat je niets meer doet omdat je zelfs van jezelf ook niets meer
hoeft. ‘Nee, he? Is het nu al weer december? Het was pas nog zomer! Alweer die
ellendige kerstboom van zolder halen? Nu al? Al die moeite! Echt niet!’
Maar zo ver is het nog niet, eerst die 25 jaar herfst maar eens doorleven en genieten.
Als je ouderen vraagt waar ze het meest spijt van hebben als ze terugkijken op hun
leven, is dat ze veel vanzelfsprekend hebben gevonden en niet genoeg hebben stil
gestaan bij de mooie dingen in het leven. De herfst is eigenlijk een prachtig
jaargetijde. Te mooi om zomaar aan je voorbij te laten gaan. Ik ga op jacht naar
mooie momenten. Naar herinneringen die ik als beukennootjes verzamel voor de tijd
dat ik straks in m’n hol kruip voor m’n winterslaap.