Hoe gaat ‘t? Beter?

Het gaat de laatste tijd nergens anders meer over, heb ik het idee. Elk praatje bij de bakker of de slager lijkt wel een wachtkamergesprek bij de dokter.
“Hé, hoe’st nou?” vroeg ik vorige week vrolijk aan de achterbuurvrouw. “Nou, niet best… ik moest maandag terug naar de tandarts, ik had zo’n wang!” Het bleek een gecompliceerde wortelkanaalbehandeling waarbij een sliertje zenuwweefsel was achtergebleven, met een enorme ontsteking tot gevolg. “En die bobbel op m’n schildklier, daar moet ik ook nog een keer naar laten kijken. Zou het iets ergs zijn?” Er was inderdaad een vreemde zwelling te zien in haar hals. Ik had geen idee, ik ben geen dokter. Even later een bekende op een terrasje: “Ja slecht nieuws… mijn vader heeft prostaatkanker. Uitgezaaid. Hij merkt er zelf niks van. Zijn PSA-waarden waren gestegen en de botscan: ook niet oké. Hoewel laatst is zijn PSA weer gedaald en nu weten we het ook niet meer. Zouden die waarden wel kloppen?” Geen idee, ik wist het ook niet.
Kennisje in het restaurant: “Nou, eindelijk weer eens getennist na die operatie, wat een toestand! Nooit gedacht dat het helemaal goed zou komen na die bloeduitstorting, de dokter kon het ook niet voorspellen. Ik kan nu gelukkig alles weer, maar wel rustig aan.” Een blauwe plek lost het lichaam gewoon vanzelf op dacht ik. “Nee, hoor niet altijd!” sprak ze met grote stelligheid. Ook goed, ik ben tenslotte geen dokter.
Denk je in de sportschool allemaal gezonde body’s aan te treffen, is lichamelijk trammelant het enige onderwerp dat de boventoon voert. Vrouwtje naast mij: “Wil ik naar links, verdomt m’n been een stap op zij te zetten. Ik weet niet wat er aan de hand is?” “Ja, ouderdom komt met gebreken…”, zegt de oudste van onze groep van Dans-je-fit-les. Zij kamt sinds kort met een overactieve schildklier waarbij ze vooral last heeft van haar ogen, die ze voortdurend met een zakdoekje dept. Het ‘meisje’ vandaag rechts van mij kon niet met alle oefeningen meedoen door een fozen schoulder. Hip-Hoppen ging nog wel, maar bij Dancehall moet toch echt met je armen zwaaien. Ze was bovendien al een tijdje niet geweest vanwege een kaakontsteking…
Tia’s, artrose, fibromyalgie, hartritmestoornissen, er is geen aandoening of hij komt in onze buurt voor. En ik kan er niets aan doen, behalve op gepaste momenten “Jeetje…”of “Poeh wat vervelend!” roepen. Ik kan ook vrij weinig bedenken wat niet al gedaan of geprobeerd is, zoals medicijnen of een second opinion, en bovendien ik ben geen specialist. Ik vind het echt heel moeilijk om te moeten aanzien dat ons leven nu steeds meer beheerst wordt door kwalen en aandoeningen die we hebben of ziekten waarvan we bang zijn dat ze ons leven zullen gaan beheersen. Kunnen we niet terug naar de tijd dat gesprekken gingen over leuke dingen die we hadden meegemaakt of grappige gebeurtenissen waar je hardop om moest lachen?
Prima en juist goed om de hedendaagse pijn en het leed van je af te praten; gedeelde smart is nog altijd halve smart. En daarom blijf ik geduldig luisteren en af een toe een arm om iemand heen slaan, want ik ben tenslotte geen dokter.
“Maar Toos, hoe is het nou met jou?” – “Nou… eh, er is afgelopen vrijdag een ijzeren klapstoeltje op m’n teen gevallen. Niet blauw, maar wel even pijnlijk.” – “Ai wat naar!” – “Tja, leuk is anders!” en ik trek een sip gezicht. Daar moest iedereen hard om lachen.