Stopwoordallergie

Misschien is er wel een mooie Latijnse naam voor overgevoeligheid voor stopwoordgebruik. Voor mensen die bijna alleen maar in gemeenplaatsen praten, die elke discussie afkappen met dooddoeners of louter hippe woordclichés gebruiken. ‘Komt goed’ is al een tijdje in en nu is ‘snap ik’ de nieuwe taaltrend, met name voor types die empathisch over willen komen. ‘Ik was zo boos toen de bus voor m’n neus wegreed’. ‘Ja, snap ik!’ Ook verkleinwoordjes gebruiken om de situatie Facebook-proof te laten lijken. ‘We wonen hier echt héérlijk in het souterrain, maar dat de WC overstroomt bij elke hoosbui omdat het riool overbelast raakt, is nog even een dingetje…’

We hebben een tijdje op kantoor een pot gehad waarin een 10 cent penalty voor het uitspreken van de woorden ‘zeg maar’ moest worden gestort. Onze werkdag bestaat hoofdzakelijk uit het geven van advies, liefst zo exact mogelijk en niet ongeveer of zo’n beetje. De vage toevoeging ‘zeg maar’ in een zin geeft aan dat je enigszins terughoudend bent in de stelligheid waarmee je een bewering doet en dat is nou net wat we niet willen overbrengen ‘met z’n allen’. De aannemer die onze verbouwing leidde wist het doneren in de Zeg-maar-pot te omzeilen, want in plaats van te pas en te onpas ‘zeg maar’ te gebruiken, verpakte hij zijn voorstellen voorzichtig in door elke zin met ‘gek gezegd’… te beginnen én te eindigen. Wel origineel en heel grappig. Maar eigenlijk is dit een soort vals spelen, zeg maar.

Waar ik me ook vreselijk over opwind is het klakkeloos overnemen van modewoorden met name door medewerkers iets hoger in de afdelingshiërarchie, die dan met termen strooien als ‘ruis op de lijn’ als opdrachten gewoon niet goed opgevolgd worden en ‘cascaderen’ als je de oplossing van buiten de afdeling moet zoeken. Waarom noem je het beestje niet gewoon bij de naam! Dit specifieke woordgebruik is vast op een cursus geleerd en vervolgens nemen ze het van elkaar over. Kijk mij eens goed bezig: ik gebruik jou stopwoord! Jeuk krijg ik er van.

Zo heeft ons afdelingshoofd de neiging om in elk betoog ettelijke keren ‘ik vind oprecht…’ te zeggen. Nu is dit een prachtig woord dat terecht een revival doormaakt, maar de veelvuldigheid waarmee hij het in vergaderingen zegt geeft mij het onbestemde gevoel dat hij zich daarbuiten niet altijd even eerlijk uitspreekt. Hoe kun je trouwens iets niét oprecht vinden?

Waarom trek ik me bepaald taalgebruik zo aan? Zoals ‘Ik ga je zien!’ in plaats van ‘See you!’ uit t Engels, dat opeens her en der opduikt. Waar ik waarschijnlijk overgevoelig voor ben is het elkaar achterna lopen, want dat heeft iets lafs en bovendien iets griezeligs. Mensen die zo makkelijk met elke woordwind meewaaien, in welke situaties zullen ze dan nog meer klakkeloos volgen?Naast me ergeren, kan ik ook intens genieten van taal en heb ik mateloze bewondering voor mensen die met woorden kunnen goochelen. Bovendien ben ik dol op woordgrappen. Wie hangt er nou niet aan de lippen van een origineel en erudiet persoon? Ergo… (een prachtig woord dat wat mij betreft dan weer wél wat vaker gebruikt zou mogen worden).