Nou ben je wel lang genoeg ziek geweest!

Als je ziek in bed ligt en je verzorgers vragen wat je wil eten, bestel dan altijd een dubbele portie, voor als ze je bij de volgende maaltijd vergeten.
Dit is een spreekwoord. Het komt overeen met 't gezegde: Ben jij gek! De vraag is: hoe voelt het eigenlijk om zestig te zijn?

Als je ziek in bed ligt en je verzorgers vragen wat je wil eten, bestel dan altijd een dubbele portie, voor als ze je bij de volgende maaltijd vergeten.

Tegen alle ouders met pubers die opzien tegen al weer een vakantie vol gezeur en ruzies met lamlendige kinderen, wil ik zeggen: dit gaat over! Want plots gaan ze zelf er op uit, gaan ze stadjes bekijken waar ze eerder niet naar toe te slaan waren. Opeens ontvangen ouders foto’s van kerken waar hun wereldreizigers naar binnen zijn gegaan en waar ze een kaarsje hebben opgestoken. Bezoeken ze musea en beklimmen ze torens; klaarblijkelijk allemaal uit vrije wil, waarna ze een uitgebreide lunch a la carte nemen om tenslotte hoog op te geven over de lokale delicatessen. Alles wat ze vroeger “saai!” of “Nee, niet wéér! Echt niks aan!” vonden.
Naast hun eigen tripjes, vinden onze kinderen, met ons op vakantie gaan, gelukkig ook nog steeds leuk. Maar ook daar heeft zich een wonder voltrokken. Bij het ontbijt worden eitjes met spek gebakken en s’middags, op de terugweg van het strand, worden er drank en hapjes ingeslagen bij de supermarkt aan de rand van het dorp met het huurautootje. ‘Oh ja, hun rijbewijs is hier ook geldig!’ bedenk je je, als ze onze Zuid-Franse berghelling afzoeven naar het dorpje in het dal. Borreltafel is ook zo gedekt. “Mam, jij een toastje kaas? Wil je nog wat drinken?” en: “Mam, kan ik nog wat doen?” Woow, wat klinkt dat toch heerlijk in de oren. Ik moet m’n tong afbijten om niet plagerig te vragen: “Wat zei je? Mag ik dat nog eens horen? Moest dat nou 18 jaar duren?” Ja, het moest even duren, maar dan is het ook zover. Je kinderen zijn volwassen en willen net zo graag als jij dat er dingen gebeuren, alleen is het om een nog onverklaarde reden niet meer jouw probleem, en jou alleen om het allemaal te fixen.
Zo was ik in mijn hoofd al bezig het telefoongesprek met de surf-verhuurbaas te oefenen in m’n beste Frans, toen ik mijn dochter in het Engels de boel al hoorde regelen op haar mobieltje. Jeetje dat is natuurlijk zo, welke surf-dude spreekt tegenwoordig geen Engels? Dat hakkelen in het Frans is zó van vroeger! Net zo suf als kaartlezen in de auto. Maar kaartlezen was opeens wél weer hip toen we in Frankrijk in een themapark waren. Destijds in de Efteling of de dierentuin was ik altijd van de route en dartelden de kinderen om mij heen “Waar gaan we nu naar toe?” Deze vakantie waren de rollen omgedraaid. De kinderen stippelden de route in het park uit en hielden de tijdsloten van de attracties in de gaten. “Kijk mam, we zitten nu hier!” wijzend op de uitgevouwen park-kaart. Bij de shows waarbij je op je telefoon extra geluid kunt streamen hielpen ze mamma een handje met de juiste website en inlogcodes. Wat een lieverds! De kinderen voelden het zelfde. “Kom maar mevrouw Vée, we moeten deze kant op”, grapte mijn zoon, alsof ik al 80 en dementerend was, waarbij hij mij zachthandig maar directief naar de uitgang van het theater duwde toen ik nog vol ongeloof en verwondering naar het lege podium staarde waar zojuist de voorstelling met koene ridders en jonkvrouwen had plaatsgevonden; “Kom maar”.
In elk plaatsje waar we komen zien ze ‘leuke tentjes’ om te eten en checken ze de kaart bij de ingang of op hun telefoon. Bestelden ze vroeger alleen frietjes met kip of spaghetti met tomatensaus, nu weten ze feilloos welke gerechten exclusief zijn en waarom welke wijn er wel of niet bij past. “Iedereen bubbels om te beginnen en dessertwijn tot slot? Prima per fles, maar niet van die hele zoete”. Ik hoef niet veel meer te doen dan heerlijk genieten van de omgeving én van mijn grote – grote kinderen. Echt chill.

Er zijn chagrijnige Nederlanders, en je hebt geboren optimisten zoals Neerlands trots Trijntje Oosterhuis, zichzelf manisch-positief noemend. Het is overigens zo dat de meeste Nederlanders de wereld bezien met zo’n ongecompliceerde frisse blik en dan met name inwoners van onze hoofdstad merk ik. Ben ik misschien daarom een beetje allergisch voor publiekslieveling Monique van de Ven? Ik laat even zien wat ik bedoel. Waar ik een hekel aan heb zijn mensen die zeggen die helemaal blij te zijn met een leven waar ik zelf van zou gruwelen: “Waarom kniezen en klagen? Het leven is een feestje! Corona-moe, anyone? Pak op die draad! Geen moment gelachen is geen moment geleefd. Het is heerlijk om de dag vroeg te beginnen. Als ik eenmaal wakker ben, kan ik niet blijven liggen. Na een koude douche (is héul gezond!), lekker buiten uitwaaien, zálig! Het liefst ontbijt ik met vers fruit en kwark om m’n slaperige maag wakker te schudden en blijf nog even ver weg van king-size bekers koffie-verkeerd. Meestal neem ik de fiets naar het werk en arriveer nog voor het licht wordt op kantoor; zo’n moment dat je de parkeerplekken nog voor het uitzoeken hebt. Tegen tienen neem ik pas m’n eerste kop koffie en spreek af met collega’s waar we gaan lunchen, meestal buiten de deur, maar nóóit achter m’n laptop hangend boven zo’n zielig plastic trommeltje met elke dag dezelfde boterhammen met kaas. Hoewel iedereen mij mag bellen op m’n werk, vraag ik vrienden en familie meestal of er na werktijd teruggebeld kan worden omdat ik me al werkend natuurlijk niet bezig kan houden met dingen die er buiten kantoor spelen. Ik kan gelukkig gemakkelijk de thuis-knop uitzetten. Maar als ik vrij ben betekent dat ook letterlijk vrij en kan ontspannen mijn hoofd helemaal leegmaken. Heerlijk de opgestapelde rommel in huis opruimen, een uurtje in de tuin werken en als het regent foto’s inplakken of een taart bakken. Zodra de terrassen open zijn spreek ik daar af met vriendinnen om onder het genot van een wijntje (of meerdere haha…) lekker bij te kletsen, waarna ik me weer helemaal opgeladen voel al is het laat geworden. Mensen zijn van nature niet zwaarmoedig en weten diep in hun hart precies wat ons uiteindelijke doel is in het leven: het met elkaar vieren!” Zo, dit is de manier waarop persoonlijk nepnieuws de wereld in wordt geslingerd. Of ben ik gewoon jaloers op mensen die het leven wel nemen zoals het komt en niet te veel vragen stellen over of het al niet zwaar genoeg is om jezelf ook nog eens te moeten dwingen om opgewekt te zijn?

Al tijden zat ik er over te piekeren wat ik zou doen als het eenmaal zo ver zou zijn. Hoe zou ik de huisarts kunnen overreden? Zou ik een second-opinion vragen bij een menopauze-specialist of zou ik mijn heil zoeken bij zo’n alternatieve hormoonkliniek?
En nu ‘te zijner tijd’ heden is geworden, is een gesprek met de huisarts onvermijdelijk. Zij wil dat ik stop met de pil. Want de kans dat ik nu nog zwanger word is kleiner dan dat ik geraakt word door de bliksem, wist ze te melden. Maar zij is een jonge vrouw, zij heeft geen enkel ongemak vanwege haar leeftijd, dus ze heeft makkelijk praten. Ouderdom komt met gebreken, dat is nou eenmaal zo, dus niet klagen, maar dragen. Eerst maar even langs de gynaecoloog.
Al een week later, werd ik op de polikliniek verwacht. Die ochtend was ik op mijn werk nog in het zonnetje ben gezet vanwege mijn 25-jarig jubileum. Bij de balie aan de ingang van de poli werd ik eerst op de Wc’s gewezen en heb daar maar voor de zekerheid gebruik van gemaakt. Jammer dat er nergens opfrisdoekjes lagen…
Ik werd geholpen door een vrouwelijke arts-assistent, die er lang over had gedaan om mijn patiëntendossier te ontrafelen. Zelf bleek ik ook niet helemaal thuis in alle jaartallen uit het epos aan fysieke kleine en grote drama’s. Toen ze de kamer verliet, na een kort ónderzoekje (… en waaróm lagen er geen opfrisdoekjes op de WC? Nou eigen schuld, als jullie die niet klaarleggen en patiënten aan het eind van de middag laten komen, na een lange dag werken én een receptie!), doodde ik de tijd met filmkijken op m’n telefoon. Ik was begonnen aan the Lord of the Rings waarin elfen voorkomen die meer dan duizend jaar oud kunnen worden, als ze tenminste niet ten onder gaan in een gevecht of tijdens de jacht. Ze blijven altijd jong. Altijd mooi. De arts-assistent had overlegd met de specialist en die was van mening dat het misschien een goed idee was om inderdaad niet af te wachten welke effect ‘de overgang’ op mijn lichaam zou hebben. En nu ik me zo goed voelde, dit gewoon even zo te laten en op HRT (hormone replacement therapy) over te gaan voor de zekerheid. Of ik dat een goed idee vond? Nou en óf ik dat een goed idee vond! Mijn idee! De arts-assistent was het gesprek begonnen met tutoyeren, maar eindigde met: “U heeft wel een iets grotere kans op borstkanker”. Dit had ze net zo goed tegen een boom kunnen zeggen. Natuurlijk had ik daar over nagedacht, maar de overgang voelt als een vele male grotere bedreiging. Opvliegers, slaapklachten, gewrichtspijn, stemmingswisselingen en existentiële crisis… om maar te zwijgen over alle silent damage die de overgang kan aanrichten aan je hart en vaten, je botten en niet te vergeten mijn toch al veel te dunne vlassige haar! Wat een enorme opluchting dat ik niet hoef af te zien van hormonen. Alsof ik voor de poorten van de hel ben weggesleept.
Ik ben nu uber-fit, ik werkt 3 dagen en sport 3 keer per week. Nu nog mijn Peter-Pan-pil en ik blijf for ever young. Dat je de overgang niet moet medicaliseren en dat het interfereren in de overgang onnatuurlijk zou zijn, is echt achterhaald. Bovendien is er allang niets natuurlijks meer aan onze manier van leven. We hebben brillen, vaccinaties, antibiotica, vitamine-pillen en health-food. Als ik altijd de natuur de vrije loop had gelaten, dan was ik er al lang niet meer geweest. Als je een tekort aan insuline hebt, wordt dat als vanzelfsprekend met injecties aangevuld, maar als je een tekort aan oestrogeen heb dan zou je dat niet doen?
In de oertijd had de overgang misschien een functie. Voor het zorgen voor nog meer nageslacht ben je op mijn leeftijd te oud en kostbare energie moet bespaard worden. Het is niet meer nodig is dat je mee op pad gaat om brandhout en bessen te gaan zoeken in allerlei uithoeken van het woud. Niet meer nodig dat je fit en gespierd bent als je alleen maar op de kleinkinderen hoeft te passen. Het was vast de gewoonte dat, als je niet meer mee op jacht gaat, je nog maar de helft uit de ruif mocht eten vandaar wellicht dat je lichaam nu heel zuinig omgaat met energie. De natuur is bikkelhard. Maar dat wil ik helemaal niet. Moe, duizelig, depressief, stijf, krom en haarloos. Ik wil rennen, springen, blij zijn en sexy als ik dans! Als ik het al niet eerder had gezegd: Ik doe liever niet mee aan oud-worden.
De Roling Stones zijn nu in hun seventies en trekken nog volle zalen. “Hoe krijgen ze dat voor elkaar? Wat is hun geheim om zo fit te blijven?” vroeg ik laatst aan Beer. “Misschien is het gewoon een kwestie van niet aan toegeven” antwoordde hij. Jaaah, dat is ‘t: niet aan toegeven! Hard trainen, gezond eten en zoveel mogelijk voorkomen dat je insukkelt. En last but not least: op de hoogte blijven van de nieuwste medische snufjes. Fuck nature! HRT, ik ga ervoor.

We kunnen nu wel stellen dat hét vaccin er nu echt komt. Het is alsof de geallieerden zijn geland; we moeten alleen deze winter door zien te komen. Iedereen is het behoorlijk zat om niet te kunnen doen wat je wil. Niet sporten, niet uit eten en geen vakantie. En geen feestjes of festivals. Weinig vertier of gezelligheid. In het dieptepunt van de 2e coronagolf mag je maar een paar mensen thuis ontvangen of eigenlijk liever niemand, want wie weet is één van de twee besmet.
Ook onze kindervriend Sinterklaas moet het dit jaar zonder gezelschap doen. Opeens zie ik alleen nog maar afbeeldingen van de Sint alleen en de cadeautjes. Zijn hulpje is vrijwel nergens meer te bekennen. Ik verbaas mezelf er over dat ik in deze column niet eens de naam van het knechtje durf te noemen. Ik durf niet eens te zeggen dat ik het echt wel jammer vind, want dat is waarschijnlijk al fout. Eigenlijk staat 2020 niet alleen in het teken van corona, maar is het ook het jaar van de eenzame Sinterklaas.
Sinterklaas liep op de koop toe het virus op en heeft heel Nederland ook let en is het vaccin ook voor hem te laat gekomen.
Sinds de anti-etnische-discriminatie-beweging actief is, moet je je uiterst politiek-correct uitspreken. Een slip of the tongue en wordt je als rasist bestempeld. Heel goed om er op te letten of er niet mensen met een andere afkomst of met een achternaam die in de vorige eeuw nog niet in ons telefoonboek stond, worden overgeslagen of afgewezen om die reden.
Maar wat niet iedereen weet is dat er véél meer mensen gediscrimineerd worden om hun leeftijd! Niet alleen wordt het hun moeilijk gemaakt aan het werk te komen als ze eenmaal hun baan hebben verloren, maar ouderen worden ook vaak uitgelachen als ze niet bekend zijn met nieuwigheden, uitgescholden als ze aanwijzingen niet op tijd gezien hebben en zelfs geduwd als ze niet snel genoeg voortmaken in een rij.
En toen de corona-pandemie een feit was: hoeveel geld is er niet gegaan naar alle relatief jonge mensen die vanwege corona in het ziekenhuis terecht kwamen? Opeens kon er plaats voor hun gemaakt worden en stroomde de hulp van alle kanten binnen. En bij de ouderen in de verpleeghuizen? Daar werd gewoon de voordeur op slot gedaan, en iedereen die binnen was kon er in stikken. Veel bewonders overleden in eenzame opsluiting. Geen arts of verpleegkundige 24 aan je bed, zoals in het ziekenhuis, met de nieuwste geneesmiddelen en een roesje als je het benauwd had. Geen familie in wegwerpjas en mondkapje om je moed in te praten. Nee, er mochten in de verpleeghuizen geen mondkapjes gebruikt worden, want anders waren er te weinig. Te weinig voor wie? Voor de jongeren in het ziekenhuis. Eigenlijk schandalig.
En hoe meer ouderen er de komende jaren bij komen hoe meer ergernis ze zullen veroorzaken met hun rollators, hun hand op de knip vanwege hun krappe pensioen en hun eindeloze hulpvragen. Dat wakkert discriminatie alleen maar aan. Er is in Nederland niet eens een woord voor het negatief en stereotype neerzetten van ouderen. Ageism in het Engels. Hier bestaat het gewoon, maar wordt niet benoemd noch onderkent.
Natuurlijk moeten we er voor strijden dat onze mede-Nederlanders van allochtone afkomst net zo behandeld worden als we zelf behandeld willen worden. Maar dat geldt net zo goed voor alle ouderen in onze samenleving die nog graag mee willen doen en recht hebben op dezelfde behandeling als hun jongere aardbewoner.
Ik ging er altijd van uit dat het leven even waardevol is, in welke fase het zich ook bevindt. Maar deze week kwam er een bericht naar buiten dat niet de headlines haalde: de richtlijn van de federatie van medisch specialisten voor de toepassing van triage bij overlopen van de zorg tijdens deze coronacrisis.
Dat houd dus in dat, als er in deze tweede en straks derde coronagolf zoveel patiënten binnenstromen, dat er bedden te kort zijn, dan mag je: …nee, niet selecteren op etnische afkomst; stel je voor?! En nee, je mag geen voorrang geven aan mensen die geslaagd zijn in het leven of een belangrijke positie hebben in de samenleving, en nog een aantal voor hun voor de hand liggende dilemma’s zoals man/vrouw. Maar je mag wel… en daar komt het: plaats maken voor een jongere ten koste van een oudere!! En wat is het argument? Dat je, als oudere, al de kans heb gehad om meer levensfasen te doorlopen. Een jongere van 20 heeft bv mijn levensfase nog niet kunnen doorlopen en wat zou dat toch jammer zijn als hem die kans zou worden ontnomen. Echt bezopen! Het leven van een snotaap van 20 die nog niets voor de maatschappij heeft gedaan wordt openlijk belangrijker gevonden, waardevoller, zinvoller, dan mijn leven, dat gaat mijn begrip te boven. De beoordeling van de waarde van een leven wordt volgens de richtlijn ingedeeld in categorieën. Hoe ouder hoe minder gewicht in de schaal. Maar nu snap ik ook waarom er zo weinig geld naar de verpleeghuizen en ouderenzorg gaat: die patiënten daar hebben volgens de medisch ethici al genoeg levensfasen doorlopen, ’t wel eens mooi geweest!
Toen ik een half jaar geleden door kreeg dat er grote druk op ouderen werd gelegd om af te zien van ziekenhuis- of IC-opname om maar geen plek te bezetten van een jongere, én ik ontdekte dat ouderen botweg geweerd werden van de IC, moest ik huilen van ontzetting. En nu is er deze richtlijn voor triage van de federatie van medisch specialisten, waarin leeftijdscategorieën worden genoemd die discriminatie van ouderen alleen maar in de hand werkt. Waarom komt hier niemand tegen in opstand? Waarom haalt dit het nieuws niet? Hoezo vindt iedereen het vanzelfsprekend dat er op deze wijze op leeftijd gediscrimineerd mág worden? Ik vind dat áll lives matter, maar blijkbaar geldt dit niet voor onze levens: die van de ouderen.

“Je bent net Einstein!” zegt mijn dochter als we ons ’s ochtends in de badkamer verdringen voor de spiegel.
“Zo slim?”, vis ik naar een complimentje.
“Nee, je haar!”

Vlak voor oud en nieuw doen de trendwachters hun voorspellingen voor het nieuwe jaar. Er zijn altijd trends van ’t vorige jaar die niet doorzetten, zoals de opvouwbare telefoon. Of trends die telkens weer de kop opsteken, maar in de loop van het jaar weer als sneeuw voor de zon uit het straatbeeld verdwijnen, zoals plateauzolen. In de top drie van meest opvallende trends die het zeker gaan worden staan: de spraak-assistent (de voorloper van de huisrobot), urban farming en als klapper op de vuurpijl: wabi sabi!
Bij de spraak-assistent dacht ik altijd in eerste instantie aan voorzieningen voor slechtzienden of laaggeletterden, maar nu is het helemaal hip om voor alles en nog wat je stem te gebruiken zodat je niet meer op je computer hoeft in te loggen of met je iets te dikke vingers op je telefoon hoeft typen om iets voor elkaar te krijgen. Je kunt je smart speaker gewoon tijdens het koken of je work-out allerlei commando’s toeschreeuwen en het wordt voor je geregeld. Hartstikke handig! Want wie heeft er niet de pest in om voor elk akkefietje je leesbril op te moeten zetten omdat je zonder niks op je telefoon ziet?
Urban farming staat op de tweede plaats in de voorspellingen, maar gaat het ook echt worden. Overal in de stad worden groene plekken gemaakt en zelfs stoeptegels uitgerukt om er een stokroos of een bosje rozemarijn te planten. Niets geeft zoveel voldoening als koken met je zelfgekweekte courgettes of sperzieboontjes! En na de komst van de voedselbossen heeft ook het eetbare park zijn de opmars gemaakt. Lekker knabbelen tijdens je wandelpauze. Het groen kruipt komend jaar ook onze huizen binnen. Kaktussen op tienerkamers waren, net als in de seventies, vorig jaar al helemaal hot, maar dit jaar worden de hele binnenboel onder kamerplanten bedolven en zelfs badkamers omgetoverd tot indoor-jungles zodat je je net Tarzan en Jane bij de waterval voelt als je onder de douche staat.
Ten slotte hebben we op nummer drie: wabi sabi. Het is Japans. Wabi betekent rustieke eenvoud of ingetogen elegantie waarbij kleine onvolmaaktheden, bijvoorbeeld bij het maken ervan, het object uniek maken. Sabi staat voor de schoonheid van het doorleefde en het gebruikte dat zichtbaar is in verslijt of verloren glans. Je zou het kunnen samenvatten in ‘de schoonheid van het imperfecte’. Wabi sabi zie je in Japan met name in tuinen en woonaccessoires. Wabi sabi kennen wij eigenlijk al heel lang met de versleten spijkerbroekenmode. Niet alles hoeft mooi glanzend, nieuw of perfect te zijn. Uiteraard wel fris en schoon op z’n Japans. Het heeft ook te maken met het accepteren dat niet alles zonder krassen en deuken de tand des tijds doorstaat. De uitdrukking kan bovendien ook worden toegepast op het leven zelf! Hoe doorleefder het leven hoe mooier. Hoe meer groeven en schrammen hoe waardevoller. Kortom oud is komend jaar in!
Happy wabi sabi, happy new year!

In de eighties-hit ‘Slave to the rhythm’ citeert zangeres Grace Jones Edith Piaf: ‘Use your faults, use your defects then you’re gonna be a star’. Grace had van nature een androgene uitstraling en zij vergrootte dit uit in haar optredens. Ik heb er destijds eindeloos lang over nagedacht welke fouten en gebreken ik zou kunnen omzetten in iets positiefs, maar ik heb nooit iets kunnen bedenken. Mijn recalcitrante krullen of mijn bijziendheid? Mijn korte benen soms? Welke eigenschap zou ik in het oog kunnen laten springen waardoor het als iets moois kon worden gezien? Ik had werkelijk geen idee. Naast de mini-kontjes in strakke roze en lichtblauwe leggings die indertijd in de mode waren, stak mijn volgevormde achterwerk sterk af. Nooit in mij opgekomen om die nog eens uit te vergroten en als mijn handelsmerk te bombarderen. Ik probeerde mijn billen juist te verbergen onder breedgeschouderde colbertjes of overhangende blouses, maar vroeg of laat vielen ze toch op. Bij de gymles bijvoorbeeld. Hoe vaak ik ook bad voor wat plattere, ik kreeg ze nooit. Smeken om het schoonheidsideaal te laten veranderen in rond en volumineus, zoals in de tijd van Rubens, leek mij een gebed zonder einde.
Maar hoera! Ten lange leste zijn mijn gebeden verhoord. Het is nu ‘me and my behind’-time! Overal mogen billen nu worden getoond, geroemd en getraind. Hoe boller hoe beter. Wie had dat nou gedacht? Schaatsster Jutta Leerdam is door For Him Magazine gekozen tot mooiste sportvrouw van 2019 en waarom? Vanwege haar billen! En inderdaad ze mogen gezien worden. In de zomer viel mij de kentering in badkleding al op: van billenbedekkende bikinibroekjes naar hoog uitgesneden badpakken met een even smalle achterkant als de voorkant. Nu is het aan de platkonters om gefrustreerd door de glossy’s te bladeren.
Ook onze sportschoollerares, die als invalkracht wekelijks vanuit Amsterdam komt lesgeven, deelt met ons alles op het gebied van de nieuwste trends op dit gebied, zoals booty-bodyshaping: BBB of te wel: Billen-Benen-Buik. Elk zichzelf respecteerd workoutcenter heeft een BBB-programma op hun menukaart staan, want dikke ronde billen zijn een absolute must have. Je kunt ook thuis filmpjes kijken en met je bips voor je labtop zwaaien. Maar vind je bil-training te vermoeiend dan zijn er ook drastischere maatregelen te nemen. Dat er tegenwoordig bijna geen privékliniek is die geen bilvergrotingen uitvoert, al dan niet met bil-implantaten of via lipofilling met vet uit je buik of benen, daar wil ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. Ik schaam mij namelijk diep voor mijn generatie die dit soort monstrueuze ingrepen in ons land tolereert. Veel onschuldiger is het ruim smeren met XXL Butt Booster Crème of je bilspieren verstevigen met een elektrische billentrainer. Helemaal snel klaar ben je met de Secret Billen-lift-boxer met powernet-compressie, dit is eigenlijk een soort push-up-BH maar dan voor je billen, gemakkelijker kan het niet!
Gelukkig heb ik dit alles niet nodig. Zoals sommige meiden in mijn jeugd gezegend waren met een smal bipsje, ben ik nu helemaal hot met mijn uitstekende achterwerk. Geen ingesnoerd onderlijf meer in een veel te strakke broek of corrigerende broekjes onder mijn jurken. Nee, gewoon naar m’n werk in een high waisted spijkerrokje met opgenaaide zakken onder een getailleerd bloesje of T-shirt. Mijn booty mag eindelijk gezien worden. Dus platbillers: eat your heart out!

Met Johan, onze klusjesman, zit ik ’s ochtends aan de keukentafel. Hij schudt zijn hoofd. Normaliter zou hij al van zijn pensioen aan het genieten zijn, ware het niet dat er nog veel extra inkomsten nodig zijn. December is op zich al een dure maand. Al roerend in zijn koffie ageert hij tegen de ophef rond Zwarte Piet, die zelfs het voetbalveld heeft bereikt. “Dat komt alleen maar door dat zwarte-pieten-verhaal, dat ze nu vanaf de tribune bepaalde spelers uitschelden; anders was het niet gebeurd!” Dat er al tijden lang te pas en te onpas met bananen naar voetbalspelers wordt gegooid, wuift hij naar het verleden. “Vorige week zijn er tijdens de Sinterklaasintocht mensen opgepakt omdat ze zwart geschminkt waren!” roept hij verontwaardigd. Bleek dat je alleen met zwarte vegen op je wang had mogen verschijnen. “Ze hebben ’t voor elkaar hoor! Mijn buurman is er mee opgehouden. Heeft jarenlang voor Zwarte Piet gespeeld. Maar nu hij alleen maar Roetveegpiet mag zijn, hoeft t niet meer voor hem.” Het leuke ook van Zwarte Piet-spelen is natuurlijk dat je niet herkend wordt met een zwart gezicht en in die rol is het goed dollen met iedereen en lekker gek doen, want ze weten toch niet wie je bent! “Nee, voor hem is de lol eraf”. Ik moest er opeens aan denken dat in het Zwartepietenspel, een kaartspel uit de jaren ’60, de zwarte piet ook een jongetje was, die vol roet zat en een schoorsteenpijn schoonmaakte. Johan is als stadsschoffie opgegroeid in een echte volksbuurt, waar ze het verre van breed hadden. Zijn ouders waren op een geven moment gescheiden. “Maar toen mijn vader nog thuis was, had hij een Sinterklaas geregeld. Wij, m’n zussen, m’n broertje en ik, zaten allemaal vol verwachting op de bank. We hadden al meer dan twintig liedjes gezongen en de Sint was nog niet in aantocht. Toen had nog niet iedereen een telefoon en wij ook niet. Er was wel een telefooncel aan het eind van de straat. Daar ging mijn vader naar toe om te bellen waar Sinterklaas toch bleef. De Sint had natuurlijk flink lopen drinken en was overal blijven hangen waar hij een glaasje kreeg. Even later komt m’n vader opgetogen binnen. Ik weet niet wat hij tegen hem gezegd heeft, maar binnen een kwartier stonden Sinterklaas en Pieterbaas voor de deur. Veel kan ik me van het bezoekje niet meer herinneren, alleen weet ik wel dat het de laatste keer was geweest dat hij kwam, want toen mijn vader de Sint na afloop wilde betalen voor z’n komst, wat dacht je wat?… Had ie in die telefooncel – want daar moesten van die muntjes in het toestel – jawel!: z’n zijn volle december-portemonnee laten liggen… Dat zal ik nooit vergeten!” Johan blijft even stil en ik ook. De jaren daarna is de Sint niet meer bij Johan thuis gevraagd tot groot verdriet van het jongste broertje. Zus Joke bedacht dat ze dan zichzelf maar zwart zou maken, met een muts en een zak pepernoten en zodoende het broertje zou verrassen. Maar toen ze de huiskamer binnenstapte gilde het jochie meteen: “Hé da’s Joke! Joke is verkleed als Zwarte Piet!” Je kunt je het vervolg wel voorstellen: een huilende Joke op haar bed, de dikke zwarte tranen op haar kussensloop vallen.
Natuurlijk was ik vroeger ook altijd vol verwachting op Sinterklaasavond. Maar de spanning werd nog eens opgevoerd doordat er altijd wel weer een kind ging huilen of een ouder kwaad werd omdat het feest niet zo gevierd werd als het zou moeten. Wanneer de hond een chocolade Pietje bemachtigd had en al kwijlend op het zilverpapier kauwde terwijl moeder tevergeefs de restjes uit z’n bek probeerde te halen, want chocola is heel slecht voor honden. Als het pootje van het zo juist-gekregen cowboypaard afbrak en je zus er van je vader van langs kreeg; als de oudste de mooiste cadeaus kreeg omdat ze zo’n uitgesproken smaak had en jij maar enkele dingen van je verlanglijstje omdat de meeste dingen die je er opgezet had, niet realistisch bleken te zijn, of gewoon te ordinair.
Tegen de tijd dat onze kinderen te oud waren voor het ouderwetse schoentje zetten, gingen we surprises maken en de nodige loodjes trekken. Het trekken ging uiteraard niet altijd even eerlijk. Loodjes terugleggen mag als je jezelf getrokken hebt óf als je dezelfde persoon hebt als vorig jaar. Maar natuurlijk leg je ook wel eens stiekem terug als je iemand hebt getrokken waarvoor je bij God niet weet wat je daarvoor zou moeten maken. Daarna volgen het maken van de surprise, de cadeaus kopen en het gedicht schrijven, wat de stress in diverse huishoudens tot het kookpunt doet oplopen. Op pakjesavond rennen mensen van hot naar her met cadeautjes, knutselspullen en rollen sinterklaaspapier, winkel in winkel uit om nog op tijd hun surprise af te krijgen. De ambities blijken meestal hoger dan de knutselcapaciteit toelaat en alle printers van Nederland lijken collectief dienst te weigeren op Sinterklaasavond.
Op de lagere school, kreeg ik steevast een lelijkere surprise dan die ik zelf gemaakt had. Maar de surprises die ik later kreeg van de vrienden waarmee we het vierden daarentegen waren boven verwachting! Ook de gedichten gaven blijk van oprechte genegenheid. Iedereen ging tenslotte met een waar kunststukje naar huis. Toen onze kinderen drukke uithuizige studenten werden kwam er een eind aan deze traditie en hiermee dus ook aan de surprise-stress. De jongvolwassenen willen nog wel graag hun schoen zetten en de Sint is zeker de beroerdste niet. Sterker nog, ik vond Sinterklaas (op onze lieve Heer na) altijd de meest integere man die er bestond. Je kon hem nooit betrappen op een sneer of geniepig gedrag. De naïviteit van een oprecht persoon straalde van hem af. Oh wat hoopte ik dat ik ooit mee genomen zou worden in de zak naar Spanje en bij Sinterklaas zou mogen wonen. Daarom maak ik op 6 december altijd deze grap tegen mijn minst geliefde collega: “He, wat doe jij hier? Zat jij niet in Spanje?”.
Tegenwoordig klopt mijn hartje niet meer zo snel voor het Sinterklaasfeest en alles wat er bij komt kijken. Ik laat het lekker aan me voorbij gaan totdat de Sint weer geruisloos het land heeft verlaten, zoals elk jaar.

Alle kinderen zijn het huis uit. Niet voor goed, maar toch. Vanochtend hebben we de jongste op het vliegtuig gezet; de anderen zijn zelf vertrokken. Hèhè, een paar weken niet zorgen, even geen problemen oplossen. Hoewel ik gewoon moet werken, ben ik eigenlijk ook een beetje in de vakantiestemming. Lekker genieten van de stilte.
Maar net als ik, na een miniwasje, met m’n favoriete tijdschrift op de bank plof, gaat de telefoon: “Mam, …”