grandma toos

Dit is een spreekwoord. Het komt overeen met 't gezegde: Ben jij gek! De vraag is: hoe voelt het eigenlijk om zestig te zijn?

Afgewezen

Kinderleed doet een moederhart pijn, veel pijn. Hoe oud je kinderen ook zijn. Het drukt als een baksteen op je maag. Waar blijf je met je opbeurende motto: “Als je écht iets wil, dan lukt het ook!” Hoe vaak heb je ze niet verteld dat ze zulke mooie lieve knappe kinderen waren als ze maar even twijfelden aan zichzelf? Maar wat als jij de enige was die dat vond?

Wat kun je doen als je kind niet wordt gekozen, uitgenodigd of gevraagd? Je wilt de betreffende eikels vertellen hoe fout ze zitten. Wat denken ze wel niet? Who the {PEEP} vinden ze dan toevallig beter? Verhaal halen, dat wil je. Kom niet aan mijn bloedjes!

“Wat een sukkels zeg! Ze weten niet wat ze missen.” zeg ik troostend, of: “Jammer, maar je hebt het tenminste geprobeerd!” ‘ Hoewel’, denk ik ondertussen stiekem, ‘als ze nou toevallig een grotere bek hadden gehad…?’

Maar corrigeer: denk ik soms dat luidruchtige kinderen die overal waar ze maar komen, opscheppend over kwaliteiten waarover ze helemaal niet beschikken, meer kans maken? Mijn kinderen zijn oprecht en dus wat bescheiden; dat zijn toch eigenschappen waar je gewoon trots op moet zijn!

Toen ik jong was werd mij op het hart gedrukt om maar vooral met je neus vooraan te gaan staan, te netwerken en zo veel mogelijk ‘mensen te leren kennen’. En heb dat altijd onzin gevonden, als in: verspilde moeite? Uiteindelijk heb ik mijn baan, mijn vrienden, mijn sociale leven niet vanwege netwerken bereikt; maar ben ik daar niet in m’n eentje achteraan gegaan? Op de afdeling waar ik nu werk ben ik zelfs letterlijk naar binnengelopen en ik ben er gewoon gebleven.

In míjn studententijd was dé domper op de hele feestvreugde: keer op keer afgewezen worden door zogenaamde ‘leuke meiden’ en ‘populaire jongens’. Op clubavonden en feestjes deden ze ronduit onaardig of werd je openlijk genegeerd. Er heeft zelfs een keer iemand tegen mij gezegd: ”Jeetje, wat ben jij lelijk!” Oké, het was een dronken corpsbal, maar toch. Hoe ik me ook voornam om me niet te laten intimideren, de confrontaties waren iedere keer shocking. Nu, zoveel jaar later, op de reünistendag van de studentenvereniging is er geen meer van de van afschuw verwrongen gezichten te bekennen. De eveneens 50-plussers lijken niet alleen gekrompen, maar ook gesmolten, verzacht. Vriendelijk, belangstellend. Had daar nou echt 25 jaar overheen moeten gaan? Wat was er toen mis met mij en wat maakt mij nu dan wel oké?

Je kunt je nog zo voornemen om niet afgewezen te worden, maar het overkomt je, of het overkomt je plotseling niet. Niet meer…

Hardleers of onverdroten?

Oeps I did it again: kleding kopen die niet past. Of specifieker: kleding die nóg niet past. Kleding die binnen onafzienbare tijd zeker zal gaan passen. Kleding die mij later past. Je weet wel: leuke kleding, die alleen goed staat in een kleine maat.

Maar de realiteit is, dat ik deze outfit niet alleen nú niet kan dragen, omdat hij veel te klein is, maar waarschijnlijk nooit gedragen zal worden. Het is dan de zoveelste miskoop die, óf tot in lengte der dagen in mijn kast blijft hangen óf in de zak van Max verdwijnt op het moment dat ik me er bij neerleg dat dusdanig slank worden dat ik het wel pas een utopie is.

Waarom blijf ik dit dan toch doen? Elk jaar verschijnt er een kilo meer op de display van de digitale weegschaal. Je hebt bij het ouder worden vele malen minder calorieën nodig dan toen je jong was, je zou verwachten dat je behoefte om te eten evenredig zou verminderen. Maar dat gebeurd nou net niet! Vroeger bestond mijn ontbijt uit vier boterhammen met gerookte worst, als lunch een croissantje met Franse kaas en frietjes met mayonaise en bij het avondeten schepte ik minstens twee keer op. Tel ik nog niet eens alle tussendoortjes mee. Als ik tegenwoordig meer dan 1 boterham bij het ontbijt eet, een snackje bij de lunch neem en de dag afsluit met een toetje bij het avondeten, kom ik al aan. Wil ik op hetzelfde gewicht blijven, dan kan ik nu nog maar een derde eten van wat ik vroeger allemaal naar binnen stouwde. Afgelopen kerst ben ik in twee weken vier kilo aangekomen. Hierop volgen weer weken van knorrende magen en snerpende hoofdpijn van de honger. En dan nog blijf ik op een gegeven moment hangen op eenzelfde gewicht en wil er niets meer van af. Van extra bewegen krijg ik overigens nog meer zin in eten… Er zijn mensen die snel vol zitten als ze alleen maar iets kleins eten; bij mij valt al het eten in een groot gat en blijf ik ondanks een overvloedige maaltijd met een lege maag zitten, althans zo voelt het. Een gevecht tegen de kilo’s dat nooit ophoudt. Opgeven is geen optie omdat het meezeulen van al dat overtollige vet ook verre van prettig is. Rupsje Nooit-genoeg, wanneer wordt je nou eens een mooie vlinder?

HERFST

“Nou, met deze aandoening kun je honderd worden”, zei de dokter. Ik kijk hem
verbaasd aan: “Maar misschien is het toch iets anders, iets wat nog niet ontdekt is,
zoals kanker of zo?” Zijn ogen strak op het computerscherm gericht: “Nee, dat kan
niet, jij hebt nu dit en dan heb je dus niet iets anders.” “Ook niet ernaast?” probeer ik
nog. Hij blijft overtuigd van zijn inzicht in medische zaken.
Een deur verder, aan het einde van de afdeling, is de oncologische poli. Voorbij de
rode klapdeur. Wij, de patiënten in de wachtruimte vóór de rode deur, kijken elkaar
altijd veelbetekenend aan als er een patiënt binnen komt die vervolgens niet
plaatsneemt op een van onze bankjes, maar stoïcijns doorloopt naar afdeling achter
de rode deur met het K-woord erboven. Zelfs een astmapatiënt in een
gemotoriseerde rolstoel met twee zuurstofflessen op de achterbank naast mij, slaakte
ooit bij zo’n gelegenheid een diepe zucht. ‘Wij zitten aan de goede kant!’
Hoe onzinnig de redenatie van de arts ook is, ik hou er wel aan vast. Op naar de
honderd. Lekker blijven geloven in onzin. Dus daarmee ben ik dan in het 3e kwartaal
van mijn leven gekomen. Het begon met een wel erg frisse lente, dan van 25 tot 50
jaar de broeierige zomer en nu dan de herfst. Niet echt verkeerd. Eindelijk ben je niet
meer overal te jong voor, maar de hitte van het drukke bestaan is ook verdwenen en
je hoeft niet meer op de top van je kunnen elke dag te stralen. De kleuren van het
leven zijn minder schreeuwerig, zachter. Erg koud is het nog niet, een lauw zonnetje
verwarmt je gezicht. Je mag een dekentje om. Het onrustig kennis vergaren en
voldoende ervaring op doen om je staande te kunnen houden in een onzekere
toekomst is geen bron van stress meer. Je hebt er een voorraadje van aangelegd
waar je nog eindeloos uit kunt putten. Ander voordeel: net als toen je klein was,
mogen er nu weer vaker dingen mislukken, zoals hobby’s waar je na een blauwe
maandag mee stopt, miskopen, gerechten maken die niemand lekker vindt…”Dan
eet je maar niet”.
Als de tijd tussen 75 en 100 jaar de winter moet voorstellen, zie ik daar toch wel
tegen op. Kou, binnen zitten, saai, vroeg donker enz. Maar tegen die tijd ben je
misschien wel blij dat je niets meer doet omdat je zelfs van jezelf ook niets meer
hoeft. ‘Nee, he? Is het nu al weer december? Het was pas nog zomer! Alweer die
ellendige kerstboom van zolder halen? Nu al? Al die moeite! Echt niet!’
Maar zo ver is het nog niet, eerst die 25 jaar herfst maar eens doorleven en genieten.
Als je ouderen vraagt waar ze het meest spijt van hebben als ze terugkijken op hun
leven, is dat ze veel vanzelfsprekend hebben gevonden en niet genoeg hebben stil

gestaan bij de mooie dingen in het leven. De herfst is eigenlijk een prachtig
jaargetijde. Te mooi om zomaar aan je voorbij te laten gaan. Ik ga op jacht naar
mooie momenten. Naar herinneringen die ik als beukennootjes verzamel voor de tijd
dat ik straks in m’n hol kruip voor m’n winterslaap.

#YOUTOO

De laatste tijd is er heel veel te doen in het nieuws over vrouwen die last hebben
gehad van bekende mannen, mannen op het werk of coaches in de sport, door wie
ze zijn betast, aangerand of zelfs verkracht. Dit speelt naast het niet-aflatende
nieuws over de moord op een jonge vrouw die tijdens een fietstocht door een man is
overvallen. Slachtoffers van seksuele intimidatie kunnen hun ervaringen kenbaar
maken op social media onder: #metoo.
Er wordt sindsdien ongekend veel gediscussieerd over ongewenste intimiteiten op de
werkvloer. Maar wist je dat ik wel eens ben aangesproken op uitgebleven gewenste
intimiteiten (bestaat dat? Ja, dat bestaat!)? En wel door een homofiele
stafmedewerker die zich beriep op het recht op een knuffel op zijn verjaardag en
verhaal ging halen bij mijn baas. Hij vond bovendien dat hij best zijn arm om mij heen
mocht slaan, mede gezien zijn homofiele status!
Dit is wel een raar voorbeeld, maar meestal is het juist heel welkom dat er af en toe
iemand laat blijken dat je een hoge aaibaarheidsfactor hebt. Laatst, tijdens een
feestje van het werk, had de alcohol iets te rijkelijk gevloeid, maar desondanks vond
ik het prima dat willekeurig wie mij trakteerde op een big hug, een innige plakzoen op
de wang plantte, in m’n zij kietelde of mij bijna verpletterde onder de woorden: “Maar
Toos, ik hou van je!” of nog beter: “Weet je Toos, eigenlijk ben jij een tof wijf!”
Hoe zal dat later gaan? Als je bijna met pensioen gaat? Bij wie kun je je beklag doen
als dat allemaal niet meer gebeurd op personeelsfeestjes? Wat als stagiaires je
alleen nog een hand geven op je verjaardag? Als niemand meer opelijk met je flirt?
Als er niemand meer stiekem in het voorbijgaan in je oor fluistert: ”Eigenlijk zou ik je
gewoon een keer moeten nemen…” Te walgelijk voor woorden natuurlijk als je de
vrouwen beschouwd die serieus met intimidatie en verkrachting te maken hebben
gehad. Maar tot nu toe heb ik alleen maar grappige dingen meegemaakt. Zoals een
afdelingsmedewerker die op mijn deur klopte en ik half verstrooid vroeg: “Ja, wat wil
je?” knipogend antwoordde: “Wat denk je?…” Humor toch? Maar daar moet je in
deze tijd niet meer mee komen, dat mag nu echt niet meer!!
Hoewel verschillende mannen te pas en te onpas oneerbare voorstellen hebben
gedaan of toespelingen daarop, ben ik gelukkig nooit in een hoek gezet of echt
bedreigd. Het zal zeker meespelen dat ik al 54 ben, dat ik er nu al helemaal niet
meer over in zit. En als ik ’s winters in het donker langs een verlaten paadje via het
sportpark van mijn werk naar de parkeerplaats loop, kom ik altijd op de
geruststellende gedachte dat ik nu zeker niet het type vrouw ben waarvoor de
doorsnee serieverkrachter spontaan zijn zelfbeheersing verliest.

Misschien straks, als ik echt oud ben en in een verzorgingshuis woon, dat dan het
flirten en schuine moppen tappen onder elkaar weer begint. Oo, ik kijk er nu al naar
uit! Dan kan het geen kwaad meer en onder het mom van ‘ beetje dementerend’ , kun
je van alles tegen iedereen zeggen. Het schaamrood op de wangen bezorgen bij de
verzorgers van het tehuis, heerlijk. Word ik zo’n vies omaatje! Of juist zo’n lief
schaapje die van iedereen een zoen krijgt. Maar tot het zo ver is, ben ik een vijftiger
die stiekem hunkert naar complimentjes, fluitende bouwvakkers op de stijger; kortom
een vrouw die af en toe bevestiging nodig heeft dat ze er nog best mag zijn. You too?

Oudelullendag

Moet ik eigenlijk niet werken? Wanneer ik de lege Kliko van de straat haal kijkt
iedereen naar mij. Oef, wat voel ik me een spijbelaar. Eerst maar eens een grote kop
koffie. Wat zal ik vandaag gaan doen? Wel iets leuks, anders is het ook zo jammer
van m’n vrije dag. Beer heeft juist vandaag de verwarmingsmonteur voor de
onderhoudsbeurt besteld. “Je hebt toch niks te doen? Toch…? Of had je wat willen
doen dan?… Anders bel ik hem toch gewoon af!” Nee, laat maar. Uitstellen is ook
zo’n ding. Je kunt de dag dan beter nuttig invullen. Maar met wat? Ja-poepie :
opruimen zeker? Nou, als er iets zonde van de tijd is…! Als ik nu lekker buiten ga
zitten, hoor ik de deurbel niet. En trouwens, wat moet ik buiten doen? Zegeltjes
plakken, lezen, recepten zoeken voor vanavond…
Ik kan de verleiding om even naar het werk te surfen niet weerstaan. Ik klik door alle
gezellige conversatie van mijn collega’s, door de agenda, langs agenda’s van
vergaderingen waar ik niet bij ben. Er worden nooit besluiten genomen, nooit
veranderingen doorgevoerd, dus waarom zouden ze dat vandaag dan wel doen?
Misschien juist vandaag! Misschien ben ik wel de remmende factor en gaat alles veel
vlotter als ik er niet ben? Dus maar goed dat ik hier thuis zit.
Als ik nou eens het stoepje voor het huis ga vegen? Ben ik én lekker buiten, én ik
doe iets nuttigs, én ik kan de monteur zien aankomen. Het zonnetje schijnt de straat
in. Maar ojee, ben ik een absurdistische film terechtgekomen? Overal, maar dan ook
overal, zie ik oude van dagen lopen. Gearmd met partner, met kleinkind in een
wandelwagen of met een rollator. Opeens komen ze overal vandaan. Zij: “ Loop eens
door, man!” Hij: “Loop jij maar door, ik doe lekker op m’n gemakje!” Ja, jij hebt toch de
tijd aan jezelf. Nou niet helemaal , want op die leeftijd heb je toch altijd een beetje
haast. Dat heb ik nu al op m’n ouwe lullendag.
Naast mij komt een ZZP-er de ramen van de buren zemen. Hij is iets voorbij de
vijfenvijftig schat ik. We groeten elkaar begrijpend: “mooi weertje nog voor deze tijd!”
Wij zijn tenminste lekker aan het werk. Ik de stoep en hij de ramen. Ik zal maar niet
vragen of hij zin heeft in een kopje koffie. Hij is druk, hij denkt vast niet aan minderen.
Hij wil juist meerderen. Sparen voor een nieuwe caravan of een vakantie naar Ibiza met kinderen en kleinkinderen. Opa en kleinzoon in het zwembad van het all-inclusive hotel.
Het is half een. De verwarmingsmonteur is nog steeds niet geweest. Mijn collega’s
op het werk zijn nu aan het lunchen en vertellen morgen vast dat ze zo hebben
gelachen. “Je had er echt bij moeten zijn!”… ‘Nou vooruit Toos, snel gaan genieten’,
spreek ik mezelf streng toe. Want anders had ik net zo goed kunnen gaan werken.

Positief nieuws

Er zijn chagrijnige Nederlanders en je hebt geboren optimisten zoals Neerlands trots Trijntje Oosterhuis, zichzelf manisch-positief noemend. Het is overigens zo dat de meeste Nederlanders de wereld bezien met een open frisse blik en dan met name inwoners van de Randstad. Waarom kniezen en klagen? Het leven is een feestje! Corona-moe, anyone? Pak op die draad! Het is heerlijk om de dag vroeg te beginnen. Niets dan goeds gehoord over wat de morgenstond brengt. Als ik eenmaal wakker ben, kan ik niet blijven liggen. Lekker buiten uitwaaien aan het begin van de dag, zálig! Het liefst ontbijt ik met vers fruit en kwark om m’n slaperige maag wakker te schudden en blijf nog even verre van king-size bekers koffie-verkeerd. Meestal neem ik de e-bike naar het werk en passeer onderweg prachtige velden en bossen met her en der wat overstekend wild dat omdoemt uit de mist. In de winter neem ik m’n Toyota Hybride en arriveer nog voor het licht wordt op kantoor; zo’n moment dat je de parkeerplekken nog voor het uitzoeken hebt. Tegen tienen neem ik pas m’n eerste kop koffie en spreek af met collega’s waar we gaan lunchen. Meestal buiten de deur, maar nóóit achter m’n laptop hangend boven zo’n zielig plastic trommeltje met elke dag dezelfde boterhammen met kaas. Hoewel iedereen mij mag bellen op m’n werk, vraag ik meestal of er na werktijd teruggebeld kan worden omdat ik me al werkend slecht bezig kan houden met dingen die er thuis spelen. Ik kan gelukkig gemakkelijk de thuis-knop uitzetten. Maar als ik vrij ben betekent dat ook letterlijk vrij en ontspannen je hoofd leegmaken. Heerlijk de opgestapelde rommel in huis opruimen, een uurtje in de tuin werken en als het regent foto’s inplakken of een taart bakken. Zodra de terrassen open zijn spreek ik daar af met vriendinnen om onder het genot van een wijntje (of meerdere haha…) lekker bij te kletsen, waarna ik me weer helemaal opgeladen voel al is het laat geworden. Mensen zijn van nature niet zwaarmoedig en weten diep in hun hart precies wat ons uiteindelijke doel is in het leven: het met elkaar vieren! – EINDE –

Ahum, niet slecht geschreven, al zeg ik het zelf; besef dat dit mijn eerste poging was om een portie nep-nieuws de wereld in te slingeren.

1 2 3 4